De juridische kwalificatie van zzp’ers staat bij veel organisaties hoog op de agenda. Zeker nu de handhaving rond schijnzelfstandigheid toeneemt, vrezen veel opdrachtgevers dat een ingehuurde kracht achteraf met succes kan claimen dat sprake was van een dienstverband. Dat die soep niet altijd zo heet wordt gegeten, wordt duidelijk in een recente uitspraak van de kantonrechter te Roermond.
In deze zaak oordeelde de rechter dat een zorgverlener die via een bemiddelaar werd ingezet, daadwerkelijk als zelfstandige werkte en geen aanspraak kon maken op het bestaan van een arbeidsovereenkomst.
In deze kwestie ging het om een jonge zorgverlener die met een eigen eenmanszaak stond ingeschreven in de KvK, beschikte over een btw-nummer en aangesloten was bij de relevante branche- en kwaliteitsregisters. Via een bemiddelingsbureau sloot hij een overeenkomst van opdracht met een zorginstelling voor het opvullen van openstaande diensten. Partijen spraken een uurtarief af van 45 euro, terwijl het bruto uurloon op grond van de toepasselijke cao rond de 19 euro lag. Nadat de zorginstelling de overeenkomst conform de contractuele termijn van vijf dagen opzegde, wendde de zorgverlener zich tot de kantonrechter. Hij stelde dat hij feitelijk als werknemer had gefunctioneerd en vorderde onder meer doorbetaling van loon, inclusief de wettelijke verhoging.
De kantonrechter toetste de samenwerking aan het kader dat de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest heeft neergelegd. Doorslaggevend in deze zaak was dat de feitelijke werkwijze op de werkvloer naadloos aansloot bij wat er op papier was overeengekomen. De zorgverlener had volledige autonomie over zijn inzet: de planning deelde beschikbare diensten, maar het stond hem vrij om die te accepteren of te weigeren. Hij viel niet onder een vast rooster, kon een geaccepteerde dienst tot 24 uur van tevoren kosteloos afzeggen en diende bij latere verhindering zelf voor een geschikte vervanger te zorgen.
Ook op de werkvloer zelf ontbrak een gezagsverhouding. Weliswaar diende de zorgverlener zich te houden aan het zorgplan van de cliënt en de geldende beroepsstandaarden, maar dat vloeit voort uit de zorgwetgeving en niet uit een instructiebevoegdheid van de opdrachtgever. De zorginstelling hield geen functioneringsgesprekken, liet de zorgverlener niet deelnemen aan personeelsbijeenkomsten en verstrekte geen bedrijfskleding. Daarnaast woog het uurtarief van 45 euro zwaar mee. Dit tarief lag aanzienlijk boven het cao-loon, wat paste bij de omstandigheid dat de zorgverlener zelf voorzieningen moest treffen voor ziekte, vakantie, pensioenopbouw en aansprakelijkheid. Omdat de zorgverlener alleen betaald kreeg voor daadwerkelijk gewerkte uren en tevens voor andere opdrachtgevers actief was, gedroeg hij zich ook economisch als zelfstandig ondernemer. De kantonrechter wees alle vorderingen af en veroordeelde de zorgverlener in de proceskosten.
Voor werkgevers en opdrachtgevers geeft deze uitspraak meer duidelijkheid over waar de scheidslijn tussen zzp’er en werknemer in de praktijk ligt. Het feit dat een zzp’er taken verricht die sterk lijken op het werk van vaste krachten, maakt iemand nog geen werknemer. Waar het om gaat, is dat de zelfstandige daadwerkelijk de vrijheid behoudt om zijn eigen agenda te bepalen, diensten te weigeren en zich te laten vervangen, zonder dat de opdrachtgever leiding geeft buiten de noodzakelijke vakinhoudelijke normen. Wie die autonomie in de dagelijkse praktijk respecteert en een zelfstandigentarief hanteert, staat juridisch aanzienlijk sterker wanneer een ingehuurde kracht achteraf alsnog een dienstverband tracht te claimen.
Heeft u vragen over dit onderwerp, neem dan contact op met Consigliera Advocatuur op 0475-584214 of mail ons: info@consigliera.nl.


